‘Ja, want een ‘gemeenschap’ wekt verwachtingen die niet worden ingevuld. Dat woord is te klein om onze diversiteit mee te kunnen vangen. We zijn geen ‘zuil’, want we hebben heel uiteenlopende visies op het leven. Wat we delen is dat we een andere seksuele en erotische taal spreken dan de mensen om ons heen. En behalve transgenders bestaat dit netwerk ook uit cis-genders die soms buitengewoon ongevoelig kunnen zijn ten aanzien van verschillen in genderexpressie, genderbeleving.’

‘En het woord ‘netwerk’ moet dat gaan oplossen?’

Deel 3: Geweldloosheid als manier van denken en werken

Terugluisteren: op zondag 28 april 2019 sprak Anna Tijsseling in Onvoltooid Verleden Tijd, een programma van de VPRO over een haatprediker die aankondigde 25 mei 2019 naar Amsterdam te komen...

‘Ik verkondig geen ‘oplossingen’. Maar wat ik wel doe, is ons proberen bewust te maken van waar onze plaat blijft hangen. Ik zie het rondje waarin we blijven ronddraaien, en ik gun ons de next level. Nieuwe ruimte, vanuit gezond volwassen behoefte om samen te komen, een infrastructuur te hebben, zonder drama als legitimatie.’

‘En wat doen we dan met het drama?’

‘Daar zorgen we voor, zoals we dat met al het menselijk drama doen. Niet te veel gewicht aan hangen en niet te weinig. En goed doorverwijzen naar wie kan helpen bij ‘drama-verwerking’.’

‘Je klinkt wel erg simpel en luchtig met je grote plan.’

‘Fijn. Ik wil het ook simpel en luchtig houden. Ik gun een ieder dat die niet bevestigd wordt in gevoelens van slachtofferschap, want dat maakt machteloos en zet je buiten spel, nog voordat je enige level bent gaan spelen.’

‘Dus: slachtoffer zijn, en ook nog eens geen erkenning daarvan? Lekkere vooruitgang!’

‘Ik krijg het niet over het voetlicht, voel ik. Of je wilt me niet serieus nemen? Natuurlijk dienen slachtoffers van een vervreemdende opvoeding, of van seksueel, verbaal of fysiek geweld erkenning en hulp te krijgen. Het gaat me om de vereenzelviging met slachtofferschap. Ook mensen die nog nooit slachtoffer zijn geweest, vrezen met grote vrezen het te worden. En dat vind ik als zodanig heel gewelddadig. Dat geweld veroorzaken we nu zelf.’

‘Wat is het nu? Wel of geen slachtofferschap?’

‘Het gaat mij erom jezelf, zelfs als je slachtoffer bent van intimidatie, geweld, micro-agressies en discriminatie, niet te identificeren met slachtofferschap. Dat is het ergste wat je mensen aan kunt doen. Daarvan imploderen mensen, of raken mensen depressief.’

‘Hoe dan wel, Anna?’

‘Ik pleit voor non-violence eigenlijk. Geweldloos opereren. Dus stoppen met jij-bakken. Stoppen met iedereen die iets anders vindt dan jij maar gelijk uit te schelden of te labelen.’

‘Jij zegt toch ook mafketel over die man!’

‘Klopt. Heb je een punt. En ik wil graag toe naar een wereld waarin we het geroeptoeter van anti-lhbtqi predikers bij hen kunnen laten. Ik wil nu alleen maar dat jij zeker weet dat ik het niet eens ben met die man. We dragen zelf zo bij als netwerk aan de polarisatie, alleen het lijkt of we dat niet doorhebben. Constant dat ‘my way or the high way.’ ‘Either you are with me, or you are against me.’’

‘Ja. Dat is ook nodig. Met de opkomst van al die enge bewegingen. We moeten van ons laten horen.’

‘Eens: én in dat keihard spreken moeten we het hebben over wat we wel willen zien, niet over wat we niet willen zien. Alles wat aandacht krijgt, groeit.’ 

‘Ik ga hier eens stevig op kauwen. Ik kom wel bij je terug. Oh, en wat is nou die ene procent die jij jammer vindt aan Nanette?’

‘Mooie vraag… laten we oppassen voor dogma, juist in eigen kring. Dus als we willen zien dat Nanette grotendeels prachtig, ontroerend, mooi is en voor één procent toch ook op de flow zit van ‘shaming the shamer’ dan creëren we het begin van een speelruimte waarin we echt alles durven onderzoeken, open en benieuwd. Dus, hoor vooral dit: ik vind Nanette prachtig.’